SER-advies Mantelzorg en werk 2026

De Sociaal Economische Raad, beter bekend als de SER, bracht in februari 2026 een advies uit over Mantelzorg en werk combineren. Omdat ik met pensioen dacht te zijn gegaan heb ik er niet veel aandacht aan besteed. Steeds vaker komt er echter op mijn LinkedIn tijdlijn een verwijzing naar het advies langs, dus ik nam me voor het te gaan bestuderen. In de eerste alinea van het voorwoord stokte de adem mij al in de keel:“Mantelzorg is onbetaalde, vaak langdurige zorg voor een naaste (familie, vriend, buur) uit de directe omgeving, voortvloeiend uit een sociale relatie. De ‘mantel’ symboliseert de verbondenheid en ‘zorg’ de ondersteuning, vaak als aanvulling op professionele zorg.”

Van Kim Putters had ik toch een wat meer realistische kijk op het fenomeen Mantelzorg verwacht. Ik heb de man hoog zitten, maar nadat hij eerst een correcte definitie geeft van wat mantelzorg is, n.l. “onbetaalde, vaak langdurige zorg voor een naaste (familie, vriend, buur) uit de directe omgeving, voortvloeiend uit een sociale relatie.” slaat hij vervolgens de plank toch wel behoorlijk mis. Hoe komt hij erbij om te denken dat mantelzorg aanvullend is op professionele zorg?

Ruim negen jaar lang bekleedde Putters de functie van voorzitter van het Sociaal Cultureel Planbureau en heeft in die periode aan de wieg gestaan van ettelijke interessante publicaties over mantelzorg. Hij zou als geen ander, om die sleetse uitdrukking maar weer eens te gebruiken, juist moeten beseffen dat mantelzorg er eerder is, langer, en intensiever, dan welke professionele zorg dan ook. En dat wordt alleen nog maar meer.

Dus als ik zo’n eerste alinea lees in het voorwoord van een SER-advies gaan mijn haren recht overeind staan. Maar vooruit: een paar keer slikken en dóór….

De uitgangspunten van de SER zijn:

  1. mantelzorg en werk goed kunnen combineren draagt bij aan brede welvaart;
  2. de combinatie van werk en mantelzorg zoveel mogelijk ondersteunen en faciliteren;
  3. specifieke aandacht voor mensen met zeer langdurige, intensieve mantelzorgtaken;
  4. mantelzorg en professionele zorg in balans;
  5. het belang van keuzevrijheid voor mantelzorgers en zorgbehoevenden;
  6. herallocatie van verantwoordelijkheden en financiële risico’s; en
  7. maatregelen in samenhang uitvoeren (integrale benadering).

De SER stelt dat “Het moet makkelijker worden om betaald werk en mantelzorg te combineren, zodat mensen zich minder snel genoodzaakt voelen minder te gaan werken of (al dan niet tijdelijk) te stoppen met werken om te kunnen mantelzorgen, met alle financiële consequenties die daarbij horen.”
En bovendien dat “Mensen die mantelzorgtaken verrichten naast een betaalde baan willen in de meeste gevallen graag (blijven) werken. Het verrichten van betaald werk biedt hen energie, afleiding en sociale contacten, en draagt bij aan eigenwaarde en een eigen identiteit. Zij willen kunnen werken én zorgen voor hun dierbaren. Daarnaast is blijven werken naast mantelzorg voor veel mensen financieel noodzakelijk.”

Persoonlijk denk ik dat de financiële noodzaak een meer prominente plaats verdient in deze opsomming: werken is geen luxe, maar in veel gevallen meer dan noodzakelijk. Bovendien neemt de maatschappelijke druk op vrouwen nog steeds toe om méér dan parttime te werken. Tel hierbij op dat vrouwen van oudsher de meeste zorgtaken op zich nemen en je hebt de oorzaak van veelvuldig verzuim en uitval onder met name vrouwen voor een belangrijk deel geanalyseerd.

Volgens de SER is mantelzorgondersteuning versnipperd en (daardoor) moeilijk te vinden. Ik denk dat het knelpunt niet zozeer ligt in de vindbaarheid maar in de betaalbaarheid. Want wat is er nodig?

  1. hulp bij de zorgtaken
    dit heet wel respijtzorg, maar je kunt het net zo goed de professionele zorg noemen: waar de zorg steeds intensiever wordt is het als “bijbaantje” door mantelzorgers op termijn niet vol te houden. Maar professionele zorg is duur en er is sprake van een groeiend gebrek aan beschikbare plaatsen en personeel.
  2. hulp bij de regeltaken
    de toegang tot professionele zorg wordt steeds zorgvuldiger dichtgetimmerd, de “indicatiegesprekken” worden in veel gevallen gevoerd op een manier die het afwijzen van het recht op zorg ten doel en tot gevolg heeft. Daarnaast is de formulierendruk hoog en zijn procedures langdurig en intensief.

Cliëntondersteuners en mantelzorgmakelaars zijn de experts die hierbij een wezenlijk verschil kunnen maken. In het SER-rapport doet ook de Onafhankelijke Mantelzorgondersteuner, de OMO zijn (of haar) intrede.

Voor wie het rapport zelf wil lezen is hier de downloadlink: https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2026/mantelzorg-en-werk.pdf