“Hoe kan ik een pgb aanvragen” is de vraag die mij het meest gesteld wordt. Veel mantelzorgers krijgen van anderen de tip om zich voor hun zorg te laten betalen  uit een persoonsgebonden budget.  Hoogste tijd om in een artikel alles over het  pgb op een rijtje te zetten. Daarvoor moeten we weleven terug in de geschiedenis.

AWBZ

Van 1968 tot 2015 was in Nederland Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van kracht, beter bekend als de AWBZ. Het woord “algemeen”geeft hierin al aan dat deze weet allerlei soorten zorg kon omvatten. Zorg die “in natura” werd geleverd, door zorgprofessionals. Grofweg werd de zorg opgedeeld in: begeleiding, persoonlijke verzorging, verpleging en huishoudelijke hulp.

Had je langdurig zorg nodig, die niet vergoed werd vanuit het ziekenfonds of je zorgverzekering, dan kon je een beroep doen op de AWBZ. Om deze zorg te kunnen ontvangen moest je wel eerst een indicatie krijgen, die kon je aanvragen bij de Regionale Indicatie Organen ( RIO’s), en later het Centraal Indicatiecentrum Zorg (CIZ). Als de zorgbehoefte werd erkend kreeg je een indicatie die in zwaarte kon variëren van klasse 1 tot en met 10, waarbij de 1 stond voor weinig zorg behoefte, en de 10 voor 24-uurszorg van de meest intensieve aard.

Steeds meer mensen deden een beroep op de AWBZ, omdat ze langdurig zorg nodig hadden.  Als gevolg van een chronische ziekte of een handicap,  na een ongeluk of een beroerte (officieel: een Cerebro Vasculair Accident (CVA), oftewel “ongeluk in de hersenbloedvaten”, maar wordt ook ook wel hersenbloeding, herseninfarct, stroke of attaque  genoemd),  of omdat je als ouder wordend mens niet meer alles zelf kon doen. De kosten voor de uitvoering van de AWBZ stegen evenredig!

Zorg in natura niet altijd passend

Voor het inzetten van AWBZ-zorg vonden steeds meer mensen de geboden zorg “in natura”(ZIN) niet passen bij hun zorgbehoefte en/of leefstijl. In de  Verenigde Staten werd al langer gewerkt met een budget op basis van “Independent Lifestyle”. In Nederland begon Conny Bellemakers, beleidsmedewerker van de Gehandicaptenraad, in 1984 met een lobby voor het cliëntgebonden budget. Na een experiment op bescheiden schaal in Eindhoven en Drenthe diende VVD-er Erica Terpstra in 1995 een wetsvoorstel in dat zou leiden tot het instellen van het persoonsgebonden budget in de AWBZ-zorg, het PGB. De zorgbehoevende kon voortaan kiezen tussen zorg “in natura” of  zorg “in cash”!

PGB en kwaliteitscontrole

Door de vooruitgang in de medische wetenschap groeide de behoefte aan langdurige zorg steeds sneller. Aandoeningen waaraan iemand voorheen overleed  werden overleefd en in veel gevallen maakt revalidatie ook weer zelfstandig functioneren mogelijk. Vaak wel in combinatie met een zorgbehoefte,  in meer of mindere mate.

Mantelzorgers vangen daarvan een (groot) gedeelte op, maar in principe kon een indicatie voor de benodigde zorg worden aangevraagd. Bij toewijzing van de zorgindicatie kan de zorgbehoevende kiezen tussen zorg in natura of een persoonsgebonden budget, mits een goed beheer van het PGB kan worden gegarandeerd. Voor het zelf inkopen van zorg werden op deze wijze geldbedragen beschikbaar gesteld.

Door de toenemende kennis van mantelzorgers, zorgbehoevenden en criminelen over het PGB werd het persoonsgebonden budget steeds populairder, en het aantal aanvragen overtrof al snel alle verwachtingen. Bij de invoering van het PGB was geregeld dat alleen budgetten tot 2400 gulden  zonder tussenkomst (controle) van de Sociale VerzekeringsBank (SVB)  konden worden ingezet. Deze tussenstap werd echter al snel afgeschaft, omdat de SVB de verwerking van alle handelingen niet aankon, toen het aantal budgethouders groeide. Steeds meer zorgbehoevenden kozen voor de vrijheid om hun zorg op hun eigen wijze in te zetten, en zelf de regie te houden over hun zorg.

Zo werden de PGB’s zeer toegankelijk.  Dat was voor veel zorgbehoevenden een grote opluchting: zij konden met korte communicatielijntjes alles zelf  regelen met hun zorgverleners. Maar frauderen, opzettelijk of per ongeluk, werd zo ook wel erg gemakkelijk gemaakt. Omdat besteding van het budget slechts achteraf en meestal alleen administratief werd gecontroleerd konden malafide organisaties en personen zich eenvoudig verrijken over de rug van de meest kwetsbare mensen. Criminelen (ook in witte doktersjassen!) bedachten de meest ingenieuze constructies  om maar veel PGB’s te kunnen binnenhalen en zo min mogelijk of zelfs helemaal geen zorg te verlenen. Fraudegevallen werden in de media breed uitgemeten. Mensen die zorg wilden inkopen met een PGB werden soms op voorhand al als crimineel bestempeld.

Tegelijk met het wegbezuinigen van de AWBZ probeerde VVD-minister Schippers alle PGB’s onder te brengen in de Zorgverzekeringswet. Vlak voor het kerstreces van 2014/15 stemden echter ook drie PvdA-senatoren tegen dit  wetsvoorstel, waardoor het niet werd aanvaard.

AWBZ bestaat niet meer

De Algemene wet bijzondere ziektekosten, AWBZ, bestaat niet meer sinds 1-1-2015.  In 2007 was de huishoudelijke hulp al uit deze wet gehaald. De toewijzing van huishoudelijke hulp werd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ondergebracht, die door gemeenten moet worden uitgevoerd. Gemeenten beslissen dus al 8 jaar over het wel of niet toekennen van huishoudelijke zorg.

Vanaf 1-1-2015 ging de gemeente ook oordelen over de behoeftes aan en toewijzing van begeleiding. Ook de jeugdzorg werd bij de gemeente ondergebracht in de Jeugdwet. De toewijzing van persoonlijke verzorging en verpleging werd ondergebracht bij de zorgverzekeringen. Alleen personen met een blijvende zorgvraag die niet meer alleen en zelfstandig kunnen wonen, omdat zij niet kunnen alarmeren en  zonder toezicht onveilig zijn ( bijvoorbeeld wegens valgevaar, verslikgevaar of andere veiligheidsrisico’s) kunnen een indicatie aanvragen voor de Wet Langdurige Zorg  ( Wlz)  bij het CIZ.

Wettelijk was direct al vanaf 1-1-2015 een PGB in alle vier de zorgwetten toegestaan: zowel in de Wmo en Jeugdwet als in de zorgverzekeringswet (Zvw) als in de Wet langdurige zorg (Wlz). Tegelijk werd ook het “trekkingsrecht” ingevoerd: de regel dat alle PGB-betalingen Wmo/jeugdwet/Wlz via de SVB dienen te verlopen. In de Zorgverzekeringswet moesten declaraties worden ingestuurd naar de zorgverzekering, waarna uitbetaling volgde.

Zorgverzekeringen hanteerden echter hun eigen regels voor het wel of niet toekennen van een PGB, en deze regels weken af van de PGB-regels in de drie andere wetten. Hierdoor verloren vele familieleden, die soms hun baan hadden opgezegd om op basis van PGB voor hun naaste te zorgen, hun inkomsten: als de zorg planbaar was (dus op vaste tijdstippen kon worden verleend in de thuis situatie) werd geen PGB toegewezen. Zorgverzekeringen gingen hierin nogal ver: zij vonden hulp bij toiletbezoek ook planbare zorg, daar kon je dus gerust de thuiszorg voor bellen, en incontinentiemateriaal werd vergoed.

 

Over de schrijver
Reactie plaatsen