Page content

Historisch perspectief

Mantelzorg is de per definitie onbetaalde zorg die wordt gegeven aan naasten.

Familieleden, vrienden, buren, kennissen gaan zorgen voor iemand die dit nodig heeft, zonder zich eerst af te vragen of hier een beloning tegenover staat. Mantelzorgers willen zelfs wel boos worden, als er eens een suggestie wordt gedaan over betaling. Toch is dat niet helemaal terecht. Maar eerst een klein stukje geschiedenis.

De goede ? oude tijd

Tot in de tweede helft van de 20e eeuw zorgden de vrouwen voor allen die dat nodig hadden: eerst voor de kinderen, daarna voor hun ouders en andere ouderen of zorgbehoeftigen. Daar stond tegenover dat mannen een kostwinnerssalaris kregen: van één salaris kon een gezin rondkomen. Dit was een typisch Nederlandse verworvenheid.

De zorg was hiermee goed geregeld, al vroeg niemand de vrouwen naar hun mening over deze vanzelfsprekende rolverdeling. Vrouwen werden zelfs tot in de jaren vijftig als handelingsonbekwaam beschouwd vanaf de dag dat zij in het huwelijk traden.

Van mantelzorg was geen sprake. Ik ken voorbeelden van vrouwen van wie verwacht werd dat ze zelf kinderloos bleven, zodat zij beschikbaar zouden zijn en blijven om voor hun ouders te zorgen. De vanzelfsprekendheid waarmee dat geëist werd is voor hedendaagse vrouwen onvoorstelbaar.

Na de tweede emancipatiegolf, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, gingen vrouwen steeds meer buitenshuis werken, alhoewel nog steeds vaak in deeltijd, en veelvuldig in “vrouwelijke” beroepen: de zorg en het onderwijs.

In de wetgeving rukte de verzorgingsstaat op: in 1968 werd de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van kracht. Alle zorg die niet door de zorgverzekeraar werd vergoed zou door de overheid worden geleverd, in natura. Vrouwen kregen zo meer de kans om zich op de arbeidsmarkt te ontplooien.

Stilzwijgend bleven vrouwen natuurlijk wel zorgen voor wie dat nodig had, al werd dat wel lastiger, bijvoorbeeld door de groter wordende afstanden. Maar gelukkig was er het vangnet van de AWBZ, als de nodige zorg niet in de eigen kring kon worden geleverd.

In dezelfde periode bestudeerde professor Hattinga Verschure het verschijnsel zorg in Nederland. Hij bestudeerde zowel de zelfzorg als de professionele zorg als de “mantel”zorg, die “als een mantel” verwarmende beschutting biedt. De term mantelzorg werd door deze hoogleraar als eerste gebruikt.

Maatschappelijke verschuivingen

Nu vrouwen steeds vaker en steeds meer buitenshuis werken is veel vanzelfsprekende, gratis zorg komen te vervallen.

Daarnaast worden we steeds ouder, en kampen we met toenemende zorgvragen.

Ouderen worden steeds ouder, maar ook, vooral in de laatste levensfase,  zorgbehoevender.

Aandoeningen waaraan mensen vroeger overleden zijn vaak behandelbaar geworden. Al dan niet gepaard  met een blijvende zorgbehoefte.

Lange tijd leverde de AWBZ deze zorg: bejaardenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, aanleunwoningen het was er allemaal.

In de jaren negentig werd duidelijk dat de zorg in natura niet altijd passende zorg was. In 1995 werd daarom het persoonsgebonden budget (pgb) geïntroduceerd in de AWBZ. Daarmee konden en kunnen zorgvragers hun zorg inkopen naar hun eigen behoefte.

De vraag naar zorg nam echter door de genoemde ontwikkelingen steeds meer toe. Het besef begon te komen dat de AWBZ-zorg bij ongewijzigd beleid een onbeheersbaar groeiend  budget ging opslokken. De AWBZ moest hervormd worden, maar hoe?

Talloze voorstellen werden gelanceerd en even snel weer afgeserveerd.  Andere voorstellen werden wel doorgevoerd: de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) werd ingevoerd in 2007.

De marktwerking in de zorg werd geïntroduceerd als middel om kosten beheersbaar te houden en de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Daarnaast werden de normen voor een indicatie verscherpt, en wordt er beknibbeld op voorzieningen. Als er familieleden  zijn wordt van hen verwacht dat zij, als mantelzorger, de zorg zo veel mogelijk op zich nemen.

Terug naar vroeger?

Voor vrouwen is het helemaal niet meer zo vanzelfsprekend dat zij deze zorg leveren: de afstand is te groot en/of de combinatie met het eigen gezin, de baan, het eigen leven is problematisch.

Toch zit het zorgen vrouwen blijkbaar zo in de genen dat zij het zorgen steeds weer oppakken.

Overigens zijn er natuurlijk ook mannelijke mantelzorgers. Zij zorgen meestal voor hun partner, en doen vooral praktische, administratieve taken voor hun naasten, als die dat zelf niet meer kunnen.

 

    Comment Section

    0 reacties op “Historisch perspectief

    Plaats een reactie


    *


    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.